Creatief denken

 Een effectieve manier van leidinggeven levert een belangrijke bijdrage aan het succes van een organisatie of onderneming. Een effectief leider weet bijvoorbeeld de mensen in zijn organisatie of afdeling op een juiste manier in te zitten. Voor het verbeteren van de effectiviteit als leidinggevende biedt Minddistrict verschillende leiderschapstrajecten, waaronder ‘creatief denken’.

Programma

Voor wie?

Dit coachingstraject is geschikt voor iedereen die graag meer creativiteit in zijn/haar denkwijze wil brengen. Door op een creatieve manier naar een probleem of vraagstuk te kijken kunnen er nieuwe, innovatieve gedachten en  ideeën tevoorschijn komen. De cliënt wordt uitgedaagd om verder te kijken dan normaal en zijn oude vertrouwde gedachtepatroon los te laten.

Doelen  
           

De cliënt krijgt inzicht in het creatieve denkproces. De cliënt weet dat creatief denken op gestructureerde wijze geleerd en toegepast kan worden. De cliënt kan de geleerde tools en technieken in de praktijk toepassen en weet creatieve ideeën te realiseren.

De volgende onderdelen komen aan bod:


  • Creativiteit in kaart
In deze module onderzoekt de cliënt wat hij onder creativiteit verstaat, welk onderdeel van creativiteit hij het lastigst vindt en wat effectieve creativiteit is.


  • Vraagstelling

De cliënt leert uit welke stappen het creatieve proces bestaat en hoe hij zijn manier van denken creatief kan maken, o.a. aan de hand van een aantrekkelijk geformuleerde vraagstelling.
 

  • Divergeren: vooronderstellingen
Creatief denken wordt vaak belemmerd door het vasthouden aan bepaalde aannames en vooronderstellingen. De cliënt leert deze stapsgewijs uit te schakelen.

 

  • Divergeren: associaties

De cliëntleert verschillende manieren van associëren en leert gebruik te maken van associaties bij het creatieve denkproces.
 

  • Divergeren: analogieën

In dit onderdeel wordt aandacht besteed aan het leggen van verschillende soorten verbanden tussen de meest uiteenlopende zaken.
 

  • Convergeren

Tijdens de convergerende fase maakt de cliënt een selectie uit zijn ideeën om ze verder te kunnen ontwikkelen. De cliënt leert hoe de keuze vergemakkelijkt kan worden aan de hand van bepaalde regels en hoe de ideeën verder ontwikkeld kunnen worden.  
 

  • Realiseren
De cliënt onderzoekt de mogelijkheden om zijn ideeën te kunnen realiseren. Vervolgens wordt een idee in de praktijk gebracht.


  • Evaluatie
De cliënt blikt terug op het geleerde en gaat na hoe het creatief denken verder in de praktijk kan worden gebracht.
 
 
Voorbeeld uit ‘Divergeren: vooronderstellingen’

Oefening

Pim (29 jaar) is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van een nieuwe folder. Die is bestemd voor de particuliere klanten van een beddenbedrijf. De folder wordt onder andere verspreid met allerlei reclamefolders.

Met welk van je vraagstellingen ga je in deze oefening aan de slag?

Bedenk een vorm voor de reclamefolder die opvalt tussen die van de concurrent.

Wat zijn de cruciale termen uit de vraagstelling?

vorm voor de reclamefolder - opvalt – concurrent
 
Benoem voor elke term jouw vooronderstellingen:

Vorm voor de reclamefolder: het gaat om de buitenrand - plat - krantje - vierkant - rond - openklappen

Opvalt: anders dan de rest - trekt aandacht - apart - afstand van de rest

Concurrent: vijand - zelfde doel - zelfde doelgroep - schadelijk voor mij - afstand van nemen
 
 

Voorbeeld uit ‘Divergeren: analogieën’

Directe analogie

Amber (27 jaar) houdt zich in haar werk bezig met verslaafde jongeren. Ze zet binnenkort een nieuw project op om ouders van verslaafde jongeren te begeleiden.

Met welke vraagstelling ga je aan de slag? Kies hieruit een concrete en cruciale term.

Hoe begeleiden we ouders van verslaafde jongeren op een manier die weinig tijd en geld kost? De term:
begeleiden.

Kies een analogon waar je je inspiratie uit gaat halen. Voorwaarden waaraan je analogon moet voldoen:

  • Het is een concrete term.
  • Het staat ver weg van je onderwerp.
  • Het inspireert jou.
dolfijn

Gebruik de analogon op 1 van deze 2 manieren:

  1. Je benoemt specifieke kenmerken van het analogon.
  2. Je benoemt kenmerken die je analogon en je onderwerp met elkaar gemeen hebben.
Ik pas de 1e techniek toe. Specifieke kenmerken van een dolfijn: zwemt, zoogdier, vriendelijk, intelligent, gladde huid, speels, leeft in groepen, eet vis, komt in het wild en in 'dierentuinen' voor, hebben weinig vijanden, maakt hoge geluiden, zwemt vaak met mensen mee, mensen kunnen aan de rugvin hangen en meezwemmen.

Pas de gevonden kenmerken toe. Welke creatieve antwoorden op je vraagstelling kun je nu verzinnen?

Je ideeën hoeven nu nog niet meteen toepasbaar te zijn, ze mogen best gek zijn. Pas later ga je ze verder ontwikkelen om er daadwerkelijk iets mee te doen.

We kunnen de ouders in groepen plaatsen. We kunnen ze spellen laten doen. We maken gebruik van de slimheid van de ouders door ze mee te laten denken over het project. We kijken of we een samenwerkingsverband met andere instellingen kunnen opzetten. We maken de ouders 'intelligent' door ze kennis over verslaving te geven.